Stamboek

Het kleine aantal fokpaarden, dat gered werd uit de tweede wereldoorlog en dat de basis werd van van de wederopbouw van de Koniks populati, had  eigenlijk geen gedocumenteerde afkomst, of hun stamboom was heel klein en kort.
Pas de controle van het Centrale Bestuur van de Paarden Fokkerij en daarna van de Poolse Academie  van Wetenschappen heeft het mogelijk gemaakt stambomen  voor Koniks op te stellen waarin hun eigenschappen en hun relatieve waarde voor de fokkerij waren opgenomen.

In 1955 heeft het Zoologisch Instituut van Kraków  een “Register van Konik Polski” uitgegeven onder redactie van Prof. Erazm Brzeski.
In dit register werden de algemene data over afkomst, uiterlijk, en een waarderingscijfer voor 54 merries en 11 hengsten verzameld.
Dit Register werd de basis  voor het in 1962 uitgegeven eerste “Stamboek van het  Konik Polski Ras”. De daarop volgende volumes van het stamboek zijn met enige regelmaat  uitgegeven tot 2001.  Het al weer negende stamboek wordt medio 2011 verwacht.

Het consequent volgen van de regels die gelden voor een inschrijving in het stamboek, heeft er voor gezorgd dat de lege plekken (onbekende voorouders)  in de stambomen van afzonderlijke paarden op steeds lagere posities in de afkomst tabellen voorkomen. De meeste Koniks zijn tegenwoordig de elfde of  twaalfde gedocumenteerde generatie sinds vooroorlogse voorvaders.

Het consequent bijhouden van stamboeken heeft het mogelijk gemaakt een genealogisch overzicht van het ras te maken en er is eerste uitgave van de “Genealogische Tabellen van Konik Polski Ras “ verschenen in 1975.
Volgens de huidige verplichte  regels van inschrijving in het Konik Polski Stamboek, is het een zogenoemd “gesloten stamboek”.
Dit betekent dat fokkerij raszuiver wordt uitgeoefend en gebruik van fokmateriaal met  vreemd bloed (vreemd ras) of onbekende afstamming van de voorouders verboden is.

De Ras kenmerken.

In het stamboek kan men alleen paarden met de juiste raskenmerken inschrijven. Dit  houdt in, exemplaren met een muisgrijze kleur en een donkere aalstreep, zonder afwijkingen.  Afwijkingen zijn witte vlekken op hoofd of benen.
In uitzonderlijke gevallen, bij bedreigde bloedlijnen, laat de regel kleine afwijkingen bij merries op het hoofd toe, zoals witte haren,  een zg.bloemetje of sterretje. Met de muisgrijze kleur bedoelt men een scala van licht tot donker muisgrijs. Ook een zg. “broodjeskleur” muisgrijs is toegestaan. In de manen en staart zijn licht gekleurde haren toegestaan.
De gewenste confirmatie, uiterlijke verschijning, van de Konik Polski is een paard met een primitieve  lichaamsbouw, met een royale beharing van manen en staart.  Een wat nobel hoofd, bodemwijd staande voorbenen en enigszins koehakkigheid bij de achterbenen zijn  toegestaan.
De verplichte voorwaarde voor inschrijving in het stamboek is ook een positieve beoordeling van de gebruikswaarde van het paard. Dit houdt naast beoordeling van de gangen stap en draf ook onder meer gebruiksvriendelijk karakter en het ontbreken van agressiviteit in.

Biometrisch standaard voor volwassen paarden:

Merries:
schoft hoogte                                                                   130 -140 cm
borstkast omvang minimaal                                             165 cm
kootgewricht omvang minimaal                                      16,5 cm

Hengsten:
schoft hoogte                                                                   130 -140 cm
borstkast omvang minimaal                                             165 cm
kootgewricht omvang minimaal                                      17,5 cm

bronnen:

“Stamboek van Konik Polski Ras”