De geschiedenis van het ras Konik Polski

Konik Polski betekent Pools paardje en is de naam voor een inheems primitief Pools paardenras.
Het stamt af van de Tarpan, het Oost Europese wilde paard, dat tot de achttiende eeuw nog in de beboste regio’s van Polen, Litouwen en Oost Pruisen leefde.
De beschrijving van de Tarpan is bewaard gebleven in o.a. oude reisboeken en kronieken.
In het Latijns werden ze Equi sivestris (bospaarden) genoemd, omdat men ze vooral in bossen waarnam. Maar het bos was voor de Tarpan meer een plek om zich te verschuilen voor de mens, zijn natuurlijke habitat was meer open terrein zoals weides en steppes, etc.
De laatste wilde Tarpans leefden in en om het Białowieża oerbos, bij de huidige grens van Polen met Wit-Rusland.
Rond 1780 werden de laatste exemplaren gevangen en overgebracht naar de privé dierentuin van de graven Zamojski in het dorp Zwierzyniec bij Biłgoraj.
Om en nabij 1806 werden deze Tarpans verwijderd uit Zwierzyniec en gegeven aan de lokale boeren. Het procesvan domesticatie van het laatste wilde paard in Europa was hiermee een feit.
De tijd schreed voort en de boeren rond Biłgoraj bleven op hun boerderijen kleine paarden met een muisgrijze kleur en een karakteristieke donkere aalstreep gebruiken, klein, sterk en bestand tegen de uiterst zware leefomstandigheden, karig voedsel en zeer koude winters.
In 1914 raakten twee jonge Poolse wetenschappers Jan Grabowski en Stanisław Szuch geïnteresseerd in deze paardjes en later, in de twintiger jaren werden deze paardjes het onderwerp van een leven lang onderzoek naar hen door Prof. Tadeusz Vetulani.
Van hem komt de term Konik Polski ( Pools Paardje) die later geaccepteerd werd als de rasnaam voor deze paarden.
Hij was ook de auteur van de hypothese dat de Bos Tarpans van Polen, Litouwen en Oost-Pruisen, afstamden van de Steppen Tarpans die men in de 19 eeuw nog kon tegenkomen op de steppen van de Oekraïne en Zuid-Rusland.

Mede dankzij hem begon men met het terugfokken van de Konik Polski in Polen.
In 1923 begon men een eerste georganiseerde poging de Konik Polski terug te fokken op de Staats Fokkerij in Janów Podlaski. Kort daarna  is een Konik kudde op het Staats landgoed Białka bij Krasnystaw bijeen gebracht.
In 1927 werd door Vetulani een volgende Konik kudde bijeen gebracht op het onderzoek instituut Mydlniki van de Jagielonski Universiteit van Krakau.
Vanaf 1928 was er een kudde op het Krzemieniecki Lyceum in Dworzyszcze in Wolhynien.
In 1936 werd in het Białowieża Oerbos werd een natuurreservaat voor koniks opgericht naar een idee van Prof. Vetulani, om koniks terug te fokken door natuurlijke selectie in meer of minder wilde en natuurlijke omstandigheden.
In 1938 ontstond met behulp van het Landbouwinstituut van Warschau een Konik fokkerij in Przasnysz in de regio Kurpie. Ook in 1938 werd door het Landbouwinstituut van Wilna in de omgeving van Braswał. Dzisna en Postawy een zoekactie gehouden om Konik-achtige paarden te registreren. Hierbij werden 120 min of meer typische Konik-merries, en 16 konik-hengsten gevonden en geregistreerd.
In het algemeen werd vanaf 1928 het fokken van Koniks door het ministerie van Landbouw gestimuleerd.

Tijdens de bezetting van Polen tijdens de tweede wereldoorlog door de Duitsers werden door hen een vijftal fokkerijen van Koniks opgezet, in Deraźne in Wolhynien 60 fokmerries, in Łuka bij Złoczów  40 fokmerries, in Wacyń bij Radom, in Felin bij Lublin en in Puławy een staatsfokkerij van het zg. Generalgouvernement.
Het grootste deel van deze paarden is in 1944 verloren gegaan, een gedeelte is met het zich terugtrekkende Duitse bezettingsleger naar Duitsland vertrokken.
In 1946 is een deel hiervan, 20 merries en 10 hengsten, naar Polen teruggekeerd.

Na de oorlog is men met met het nog resterende fokmateriaal waaronder, 15 paarden uit het Białowieża natuur reservaat, 14 paarden van de Puławy fokkerij, 7 paarden van de Deraźne fokkerij en paarden van privé fokkers, samen met de reeds genoemde uit Duitsland teruggekeerde groep paarden, begonnen met de wederopbouw van de fokkerij van Konik Polski in Polen.
Veel van het uit Duitsland teruggekeerde materiaal belande na veel omzwervingen in het in 1949 opgericht reservaat en de daarbij behorende fokkerij van Popielno.
Na de dood van prof. Vetulani in 1952 werd een groot deel van het fokmateriaal uit het Białowieża natuur reservaat overgeplaatst naar Popielno, dat sinds die tijd het belangrijkste centrum van de fokkerij van Konik Polski in Polen is.

In 1955 werd de fokkerij in Popielno overgenomen door de Poolse Academie van Wetenschappen. In hetzelfde jaar werd er opnieuw gestart met het fokprogramma van Prof. Vetulani van Konik Polski in het wild en onder natuurlijke omstandigheden en selectie.

Naast Popielno werden in de jaren vijftig en zestig kleine fokkerijen van Konik Polski opgezet in o.a. Łozdaj, Stubno, Jeżewice en Złotniki. De meeste van deze fokkerijen werden weer opgeheven. Gelukkig is het meeste fokmateriaal bewaard gebleven in later opgezette staats fokkerijen van Konik Polski die tot op dit moment bestaan.
Op het Staats Landbouwbedrijf Kobylniki werd een Konik fokkerij opgezet in 1969, in 1979  volgde een Konik fokkerij in de Staats paarden Fokkerij Dobrzyniewo, in 1983 in de Staats Stoeterij Sieraków en in 1987 in het Staats Landbouwbedrijf Manieczki.
Samen met de fokkerij in Popielno vormen zij de z.g. bewaarplaatsen van van het Konik Polski fokmateriaal en hun genen.

Los van deze ontwikkeling in de traditionele fokkerij kwamen er ook terreinen bij waar de natuurlijke fokkerij bedreven werd.
Naast de Popielno en Białowieża reservaten  kwamen er nieuwe gebieden, waar Koniks in het wild leven. In 1982 werden Koniks in het wild geïntroduceerd in het Roztocze Natuur Park in Zwierzyniec, historisch gezien laatste plek waar wilde Tarpans leefden.
In 1990 werd in Zielony Ostrów (Mazury regio) het volgende “wilde gebied” opgericht door Eliza en Jan Płońscy.
In 2004  begon het Biebrza Natuur Park ( grootst beschermd rivier moerassen gebied in Polen) met fokken van koniks.
In 2007 werd  een natuurlijk Konik gebied in Landschap Park “Barycz Dal “ opgericht door Aleksander Kowalski.

Het ging ook goed met fokkerij van Koniks op lokaal niveau. In jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw kwamen er veel lokale fokcentra, vooral in powiats( deel-provincies) Grójec, Busko en Lubaczów bij. Helaas raakten deze fokkerijen in de jaren tachtig in verval en de bijbehorende fokpaarden zijn verloren gegaan.
Tegenwoordig bevinden zich de grootste concentratie van privé Konik Polski fokkers in de Wielkopolska, Mazury, Małopolska en Śląsk provincies.

Bronnen:
“ Genealogische tabellen van Konik Polski”
auteur:Prof.Dr. Zbigniew Jaworski

“Genetische beschermings programma voor Konik Polski ras”
auteurs: Prof.Dr.. Zbigniew Jaworski en Dr Iwona Tomczyk-Wrona

Das Polnische Konik
Prof.Dr. Zbigniew Jaworski en Prof. Dr. Tadeusz Antoni Jezierski